|
|
Thema: actief burgerschapOmschrijving Verslag groepsgesprek“Hoe beďnvloeden nieuwe media de mate waarin burgers actief zijn?” dat was de centrale vraag tijdens het groepsgesprek over Actief Burgerschap. Idealiter zouden nieuwe media het mogelijk maken dat:
De burger gebruikt nieuwe media vooral op lokaal niveau. Hij beweegt zich op het web lokaal, in kleine, afgebakende communities. Deze lokale netwerken genereren veel direct resultaat. Bij het groepsgesprek kwamen naar voren:
Om twee redenen lijkt een grotere rol voor de overheid weggelegd te zijn: 1. Niet alle groepen in de samenleving hebben in dezelfde mate toegang tot (en wijsheid bij het gebruiken van) nieuwe media. Allochtone kinderen en functioneel-analfabeten hebben een achterstand, waardoor een kenniskloof in de samenleving dreigt te ontstaan. 2. Bovendien benutten overheden de mogelijkheden van de nieuwe media bij lange na niet optimaal. Lang niet alle diensten zijn online beschikbaar. En het overheidsbeleid is nog niet transparant via het net te volgen. Ambtenaren zouden mediawijzer moeten worden. Is het een probleem dat burgers voornamelijk deelnemen aan afgebakende online gemeenschappen? En is dat het actieve burgerschap dat bijdraagt aan samenleving? Of benutten de mogelijkheden van nieuwe media voornamelijk dat wat er al is? Het zou kunnen. Toch denken de deelnemers aan de conferentie dat nieuwe media in elk geval een positief effect hebben op de samenleving. Al met al lijken de meeste burgers voldoende mediawijs om via de nieuwe media een steentje bij te dragen aan de samenleving. Toegankelijkheid is een noodzakelijke voorwaarde voor mogelijke participatie. Let wel: ‘mogelijk’. Want faciliteiten om te participeren garanderen nog geen actieve participatie. Belangrijkste standpunten:
|