|
|
SlotwoordSlotwoord Els Swaab conferentie Mediawijsheid Alleen het gesproken woord geldt Dames en heren, Aan mij het genoegen u uit te nodigen voor de borrel. Maar voor ik dat doe, nog een paar observaties. Daarbij kijk ik wat minder ver vooruit dan de panelleden vóór mij. Mijn opmerkingen hebben vooral betrekking op de nabije toekomst. Ik ga geen samenvatting geven van wat we vandaag hebben gehoord. Daar hebben we geen tijd voor. Bovendien is het onbegonnen werk, zo veel is er naar voren gekomen – zowel uit de praktijk als uit de reflectie daarover. Gelukkig wordt er een verslag gemaakt dat zo spoedig mogelijk op de website van de conferentie wordt gezet, http://www.mediawijsheid.org. Ook staat u nog een publicatie te wachten van een dertigtal interviews die de Raad voor Cultuur heeft gehouden over het thema mediawijsheid. U zult daar allen een aankondiging van krijgen. ![]() © Sebastiaan ter Burg Wat ik hier wel wil doen is een aantal agendapunten schetsen voor de politiek en het beleid. Daarbij realiseer ik me nu, meer nog dan aan de start van deze dag, dat politiek en beleid niet meer dan een aantal schakels zijn bij het vinden van onze weg in de hier geschetste nieuwe wereld. Toen de Raad voor Cultuur vorig jaar na enige aarzeling besloot niet langer de term ‘media-educatie’ te bezigen maar de term ‘mediawijsheid’ te introduceren, had hij niet kunnen voorzien hoe snel en vanzelfsprekend die term ingeburgerd zou raken. Ook dat de term zo breed is opgepikt, is een teken aan de wand. De urgentie die de Raad voelde, wordt klaarblijkelijk gedeeld. Dames en heren Eén van de conclusies die ook na vandaag weer getrokken kan worden, is dat in een gemedialiseerde samenleving cultuur en media steeds dichter naar elkaar toegroeien. Cultuur en media zijn steeds minder twee gescheiden beleidsterreinen. Media zouden integraal onderdeel moeten zijn van cultuurbeleid, en omgekeerd: mediabeleid kan niet los worden gezien van allerlei ontwikkelingen in de cultuur en de cultuursector. Een tweede punt is dat de bevordering van mediawijsheid ook een verantwoordelijkheid is van de rijksoverheid. Ik zeg nadrukkelijk ‘ook’, want de overheid is uiteraard niet als enige verantwoordelijk. Maar zij heeft wel een taak om de kwaliteit, diversiteit en onafhankelijkheid van informatie en media te waarborgen. Bovendien zou zij moeten overwegen of er in dat kader geen behoefte is aan een publiek domein in de digitale ruimte. Tenslotte is er ook ooit, in de tijd van wat je nu de oude media noemt, besloten dat er een maatschappelijke behoefte was aan een publieke omroep. Als derde onderstreep ik graag nog eens dat de Raad er voorstander van is dat we in Nederland weer een minister van cultuur krijgen. Maar deze zou niet alleen cultuur en media in zijn of haar portefeuille moeten krijgen. Ook communicatie en daarmee delen van het ict- en innovatiebeleid van de rijksoverheid, zouden tot zijn of haar verantwoordelijkheid gerekend moeten worden. De voortschrijdende medialisering van de samenleving betekent dat allerlei vragen over de inrichting van die samenleving, of ze nu van culturele of sociale en economische aard zijn, steeds meer verbonden raken met ontwikkelingen in de media- en communicatiesectoren. Die onderlinge verwevenheid blijkt al in de praktijk. Als het bijvoorbeeld om de creatieve industrie gaat, lopen media, ict en innovatie voortdurend in elkaar over. Het zou daarom wenselijk zijn om een aantal van die onderling verbonden beleidsvelden ook bestuurlijk en politiek in één hand te leggen. Vandaar ons pleidooi om een toekomstig minister van cultuur niet alleen verantwoordelijk te maken voor cultuur en media. maar tevens voor communicatie en innovatie. Dames en heren Dames en heren,
Ook bedank ik Pieter Hilhorst, de verschillende sprekers, al degenen die hun projecten aan ons hebben voorgesteld en natuurlijk alle andere aanwezigen die zich naar dit fraaie Pakhuis de Zwijger hebben gewaagd. Ik hoop dat de bijeenkomst u evenzeer geïnspireerd heeft als mij en dat deze dag ertoe heeft bijgedragen dat wij ons in die nieuwe cultuur toch weer zullen gaan voelen zoals Lessig schetste: als ‘people sitting together singing the songs of the day and the old songs’. En dan nodig ik u nu graag uit voor de borrel. |