|
|
Andere organisaties over mediawijsheidHet advies van de Raad voor Cultuur staat niet op zichzelf. Ook anderen hebben zich recentelijk uitgesproken over mediawijsheid. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Rathenau Instituut, brachten onder de titel " De digitale generatie", onlangs het derde Jaarboek ICT en samenleving (2006) uit. Uitgangspunt daarin is dat voor de digitale generatie het gebruik van nieuwe media een tweede natuur is geworden. Oudere generaties bezien deze ontwikkeling vaak vanuit het oude mediale perspectief. Dat verklaart ten dele de bezorgdheid van menig oudere. Zij zien vooral de gevaren, de risico’s. Die zijn er overigens ook, maar komen volgens de auteurs in een ander licht te staan als gekeken wordt naar de veranderende leefomgeving van jongeren. Het is daarom een taak van de overheid, van het onderwijs en van de cultuur- en mediasector zich van deze veranderingen bewust te zijn. Juist de ontwikkeling van het vermogen om de waarde van informatie te beoordelen en digitaal verworven kennis in te passen in de eigen leefwereld en in de school is een belangrijke taak van het onderwijs. De Europese Commissie heeft een referentiekader ontwikkeld ten aanzien van een leven lang leren. Het gaat daarbij om de sleutelcompetenties - een combinatie van kennis, vaardigheden en houdingen -die elke burger nodig heeft voor persoonlijke ontplooiing en ontwikkeling, actief burgerschap, sociale insluiting en inzetbaarheid op de arbeidsmarkt in de snel veranderende en in hoge mate onderling samenhangende wereld. Dit betreft communicatie in moeder- en vreemde talen, wiskundige competentie en basiscompetenties op het gebied van wetenschappen en technologie, digitale- en leervaardigheden, ‘interpersoonlijke, interculturele en sociale competenties en burgerlijke competentie’, ondernemerschap en cultureel bewustzijn. Mediawijsheid zoals door de Raad voor Cultuur gedefinieerd hangt hier nauw mee samen. De Europese Commissie tenslotte heeft in haar voorstel voor een aanbeveling van het Europees Parlement over de bescherming van minderjarigen en de menselijke waardigheid (april 2004) een onderdeel opgenomen gericht op media-educatie. Ook komt de Europese Commissie naar verwachting (mogelijk nog in 2006) met een mededeling over “media literacy”. De Europese Commissie heeft aangegeven van plan te zijn om in het voorjaar 2007 met een actieplan eSkills te komen. Zoals in de inleiding aangegeven wordt de invloed van de (nieuwe) media vaak benaderd vanuit een problematiserend perspectief. Eén daarvan is de potentieel kwalijke invloed van media. Burgers, en met name jongeren, zouden hiertegen, al dan niet door interventie van de overheid, actief beschermd dienen te worden. Recentelijk is hierover het advies “Wijzer Kijken” van de commissie Jeugd, Geweld en Media (ingesteld op initiatief van de staatssecretarissen van OCW en VWS) verschenen. De beleidsreactie met hierin een aantal maatregelen is op 2 juni 2006 aan de Tweede Kamer aangeboden, op 27 juni heeft hierover een Algemeen Overleg plaatsgehad. Van belang is hierbij dat vooral ouders, opvoeders en aanbieders een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben en dat zij in staat moeten worden gesteld deze te nemen. Een ander risico is dat er in de huidige, sterk gemedialiseerde maatschappij, mensen buitengesloten dreigen te raken omdat zij hun mediagedrag onvoldoende aanpassen aan de nieuwe ontwikkelingen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) spreekt in De digitale economie (2005) van een zogeheten digitale tweedeling, omdat een deel van de bevolking nooit internet gebruikt (28% in 2004). Nu veel informatie, soms zelfs exclusief, via internet beschikbaar komt, dreigt informatieachterstand voor diegenen die van internet geen gebruik maken. Het al dan niet internetten hangt sterk samen met leeftijd, waarbij opleidingsniveau tot op hoge leeftijd een rol speelt. Door het toenemende belang van internet en e-mail als bron van informatie en communicatie, wordt het hoe dan ook steeds belangrijker om in ieder geval op minimale wijze virtueel te kunnen participeren. Op verzoek van OCW heeft de Algemene Schoolleiders Vereniging (AVS) in het primair onderwijs in haar scholenpanel een enquête gehouden over mediawijsheid. De uitkomst levert een wisselend beeld op over de rol die mediawijsheid zou moeten spelen op school. Een ruime meerderheid van de schoolleiders vindt dat er meer aandacht moet komen voor het toenemende informatieaanbod (72%), ook vindt een meerderheid dat er meer aandacht moet komen voor de schadelijke effecten van nieuwe media (70%). Op de vraag of schoolleiders een rol weggelegd zien voor nieuwe media in het bevorderen van burgerschap antwoord 48% bevestigend, 46% vindt dat dit enigszins het geval is en 12% vindt van niet. In de uitvoering van mediawijsheid zitten de nodige knelpunten. De meest genoemde zijn de kloof tussen de mediacompetenties van leerkrachten en leerlingen en het gebrek aan tijd en de overdaad aan taken in het onderwijs. Laat hier uw reactie achter op deze pagina. |